|
De collectieve schuldenregeling, vaak de laatste reddingsboei voor gezinnen in een schuldenspiraal, moet menselijker worden. Schuldenlasten wegwerken en voorkomen is een verstandige investering voor onze gezamenlijke toekomst.
Gisteren kwam in de luwte van de regeringsonderhandelingen een deel van de volksvertegenwoordigers vervroegd bijeen om de wet op de collectieve schuldenregeling tegen het licht te houden. Directe aanleiding is een wetsvoorstel dat ik samen met collega's van Groen!, CD&V, Ecolo, PS en cdH heb ingediend met als doel de wetgeving op de collectieve schuldenregeling menselijker te maken. Voor meer en meer gezinnen met onoverkomelijke financiële problemen is een collectieve schuldenregeling vaak de laatste reddingsboei voor het opbouwen van een menswaardig leven. De collectieve schuldenregeling laat hen toe om (meestal) na jarenlange budgettaire kadaverdiscipline en het aanhalen van de broekriem een nieuwe schuldenvrije start te nemen. Het aantal aanvragen van gezinnen om beroep te doen op een collectieve schuldenregeling steeg de afgelopen drie jaar met maar liefst 35,3 procent. Vandaag zitten 92.771 gezinnen in een dergelijk strak keurslijf van afbetalingen, extreme soberheid en permanente financiële zorgen. Ook deze gezinnen hebben recht op een menswaardig bestaan. Daarom dringt een modernisering van de bestaande wettelijke regeling zich op.
Belgen (en Vlamingen in het bijzonder) worden gemiddeld steeds rijker. Het gemiddeld vermogen (roerend en onroerend) van onze inwoners wordt geschat op 150.000 euro. Anderzijds lijken we er niet in te slagen om de armoede in ons land te doen afnemen. De laatste jaren blijft ons armoedepercentage schommelen rond 15%. Er zijn voldoende indicaties om aan te nemen dat mensen moeilijk uit armoede kunnen ontsnappen zonder het nodige geluk en ondersteuning van de samenleving. Onze sociale mobiliteit is beperkt: wie rijk was, wordt rijker. Wie arm was, gaat er relatief op achteruit. Kinderen die opgroeien in deze gezinnen bewandelen dezelfde weg, wat voor ons moreel totaal onaanvaardbaar is. Het armoedebestrijdingsbeleid moet er alles aan doen om deze generatiearmoede en dus kinderarmoede te doorbreken. Deze persistente sociaal-economische dualisering bedreigt de welvaart en het welzijn van alle Belgen. We krijgen meer en meer indicaties dat de beter gesitueerden zich beetje voor beetje afkeren van de noodzakelijke collectieve solidariteit. Dat dit proces volop gaande is blijkt bijvoorbeeld uit allerlei gegevens inzake sociale bescherming (50% heeft een aanvullende ziekteverzekering; 60% een aanvullende pensioenverzekering ....). Maar ook in het maatschappelijke en politieke debat is er een verharding waar te nemen ten aanzien van mensen die het moeilijk hebben. Samen met de welvaartstoename van het brede peloton Vlamingen wint het ideëengoed van Dalrymple - een ideoloog waar N-VA voorzitter Bart De wever graag naar refereert - aan aanhang. Slachtoffers van tegenslagen of mensen die in het verleden foutieve keuzes hebben gemaakt, worden keihard voor hun verantwoordelijkheid gesteld, zonder tweede kans, zonder empathie. Soms terecht maar dikwijls onterecht. Wie opkomt voor een rechtvaardige en welvarende samenleving moet durven verder kijken dan de individuele verantwoordelijkheden en ook een aantal maatschappelijke processen kritisch in vraag durven stellen.
In dat verband is het nuttig om in te zien dat in onze samenleving mensen continu benaderd worden als potentiële consumenten en dat een bepaald bestedingspatroon nodig wordt geacht om nog als volwaardig mee te tellen in onze samenleving. Dat hierbij allerlei geraffineerde en minder geraffineerde methodes worden gehanteerd om mensen aan te sporen tot het maken van schulden en te leven op krediet is een open deur in trappen. Zo goed als alle winkelketens hebben inmiddels hun eigen kredietkaart. Reizen op krediet, eten kopen op krediet, telefoneren op krediet, meubels kopen op krediet of een hypothecaire lening op 35 jaar. Alles lijkt goed om mensen te stimuleren schulden te maken. Een toename van 10% over de afgelopen 3 jaren van het aantal kredieten met tenminste één wanbetaling in combinatie met een exponentiële stijging van de gemiddelde uitstaande schuld ingeval van wanbetaling (Observatorium Krediet en Schuldenlast), doet ons vrezen dat het aantal mensen in de collectieve schuldenregeling op korte termijn alleen zal toenemen.
De amerikanisering van onze consumentencultuur neemt een hoge vlucht. De drama's die daaruit volgen zijn navenant. Daarom moeten we meer dan ooit inzetten op methodes om de consumenten sterker en alerter te maken voor allerlei gevaren die gepaard gaan met kredieten en leningen; zeker de jongste generaties hebben nood aan goede sensibiliserings- en informatiecampagnes. Maar ook moeten we bepaalde kredietformules (zoals bv de doorlopende kredietopeningen) in vraag durven stellen en bepaalde marktpraktijken (zoals bv ongevraagde kredietreclame) resoluut bannen. Niet elke consument is immers even sterk of even bestand tegen allerlei verleidingen naar meer. En zoals gezegd, ook die gezinnen die zich in een schuldenspiraal hebben gewerkt, hebben recht op een menswaardige hefboom om opnieuw volwaardig mee te tellen in onze samenleving. Want hoe meer mensen echt meetellen, hoe rijker we zijn.
Ervoor zorgen dat mensen met schulden het hoofd boven water kunnen houden en dat zij hun talenten ten volle kunnen benutten, is niet alleen een goede beleidskeuze omdat we dit sociaal rechtvaardig vinden. Er komt een groot arbeidstekort op ons af, dat we alleen het hoofd zullen kunnen bieden door iedereen voldoende weerbaar te maken en werk aan te bieden. Collectief inzetten op het wegwerken en voorkomen van schuldenlasten, is ook een verstandige investering voor onze gezamenlijke toekomst.
|